shingle
shin
ˈʃɪn
shin
gle
gəl
gēl
/ʃˈɪŋɡə‍l/

Definitie en betekenis van "shingle"in het Engels

01

dakpan, schub

a thin piece of material, such as wood, slate, or asphalt, used for siding or roofing
shingle definition and meaning
Voorbeelden
Asphalt shingles are common for residential roofs.
Asfalt-shingles zijn gebruikelijk voor woonhuisdaken.
02

kiezel, kiezelstrand

a beach or shoreline covered with small, smooth, rounded stones or pebbles, typically found along coasts or riverbanks
Voorbeelden
Coastal erosion exposed layers of sediment, forming a shingle bank along the riverbank.
Kusterosie legde lagen sediment bloot, waardoor een kiezel-oever langs de rivieroever ontstond.
03

beroepsbord, praktijkbord

a small sign, typically outside a professional office, displaying the name and occupation of a practitioner such as a lawyer or doctor
Voorbeelden
He opened a private practice and put up a shingle on the door.
Hij opende een privépraktijk en hing een bord aan de deur.
to shingle
01

met shingles bedekken, shingles leggen

to cover a roof or surface with overlapping shingles or tiles
Voorbeelden
The contractor shingled the house to protect it from rain.
De aannemer schindelde het huis om het tegen regen te beschermen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store