beatify
bea
ˈbiæ
biā
ti
fy
ˌfaɪ
fai
/biːˈætɪfˌa‍ɪ/

Definitie en betekenis van "beatify"in het Engels

to beatify
01

zaligverklaren, zalig verklaren

to declare a deceased person blessed, usually as part of the process toward sainthood in the Roman Catholic Church
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
beatify
3e persoon enkelvoud
beatifies
onvoltooid deelwoord
beatifying
onvoltooid verleden tijd
beatified
voltooid deelwoord
beatified
Voorbeelden
She hopes one day her grandmother will be formally beatified.
Ze hoopt dat haar grootmoeder op een dag formeel zalig verklaard wordt.
02

ongelooflijk gelukkig maken, vervullen van geluk

to make someone or something incredibly happy
Voorbeelden
A kind word can beatify someone's entire day.
Een vriendelijk woord kan iemands hele dag verfraaien.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store