Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to scare away
[phrase form: scare]
01
verjagen, afschrikken
to frighten someone so much
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
away
basiswerkwoord
scare
tegenwoordige tijd
scare away
3e persoon enkelvoud
scares away
onvoltooid deelwoord
scaring away
onvoltooid verleden tijd
scared away
voltooid deelwoord
scared away
Voorbeelden
The uncertainty surrounding the project is scaring away potential collaborators.
De onzekerheid rond het project jaagt potentiële medewerkers angst aan.
02
verjagen, wegjagen
to cause an animal or person to leave a particular location by frightening them
Voorbeelden
The loud noise from the construction site scared away the birds that were nesting nearby.
Het harde geluid van de bouwplaats verjoeg de vogels die in de buurt nestelden.



























