Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to renounce
01
afzien van, opgeven
leave (a job, post, or position) voluntarily
02
afzien van, verzaken
to reject or disown something previously accepted or claimed, often in a formal or public manner
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
renounce
3e persoon enkelvoud
renounces
onvoltooid deelwoord
renouncing
onvoltooid verleden tijd
renounced
voltooid deelwoord
renounced
Voorbeelden
In a dramatic speech, the politician renounced his previous promises.
In een dramatische toespraak verzaakte de politicus zijn eerdere beloften.
03
afzien van, opgeven
turn away from; give up
04
afzien van, aftreden
to resign from power or duties
Lexicale Boom
renouncement
renounce



























