Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to proffer
01
aanbieden, voorleggen
to offer something and let the other person decide whether to accept or reject it
Ditransitive: to proffer sth to sb
Voorbeelden
The teacher proffered a challenging math problem to the students for extra credit.
De leraar bood de leerlingen een uitdagend wiskundeprobleem aan voor extra punten.
02
aanbieden, voorstellen
to offer an explanation, advice, or one's opinion on something
Transitive: to proffer an advice or opinion
Voorbeelden
The manager proffered constructive feedback to the team.
De manager bood constructieve feedback aan het team aan.
Proffer
01
aanbod, voorstel
an offer or proposal put forward for someone to evaluate or respond to
Voorbeelden
She declined his proffer of assistance.
Ze wees zijn aanbod van hulp af.



























