Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Product
Voorbeelden
Farmers in the region grow a variety of agricultural products, including fruits and vegetables.
Boeren in de regio verbouwen een verscheidenheid aan landbouwproducten, waaronder fruit en groenten.
02
product, schepping
something created by a person, process, or effort
03
product, resultaat van de vermenigvuldiging
the result of multiplying two or more numbers or quantities together
Voorbeelden
Multiplying any number by zero gives a product of zero.
Elk getal vermenigvuldigd met nul geeft een product van nul.
04
product, resultaat
a chemical substance generated by a reaction
Voorbeelden
The reaction yields a solid product.
De reactie levert een vast product op.
05
doorsnede, gedeelde verzameling
the collection of elements shared by two or more sets
Voorbeelden
The teacher explained the product of sets using a Venn diagram.
De leraar legde het product van verzamelingen uit met behulp van een Venndiagram.
06
product, resultaat
a thing or person resulted from something particular
Voorbeelden
The conflict was a product of long-standing tensions between the two communities.
Het conflict was een product van langdurige spanningen tussen de twee gemeenschappen.
Lexicale Boom
product
produce



























