Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
prooi, slachtoffer
an animal that is hunted and eaten by another animal
Voorbeelden
The spider spun a web to catch its prey.
De spin spon een web om zijn prooi te vangen.
02
prooi, slachtoffer
a person or thing that is the target of an attack, deception, or abuse
Voorbeelden
Cybercriminals target children as easy prey for identity theft.
Cybercriminelen richten zich op kinderen als een gemakkelijke prooi voor identiteitsdiefstal.
to prey
01
misbruiken, uitbuiten
to unfairly take advantage of someone or something for personal gain
Intransitive: to prey on sb
Voorbeelden
Some companies prey on desperate job seekers with fake opportunities.
Sommige bedrijven buiten wanhopige werkzoekenden uit met valse kansen.
02
jagen, buit maken
to hunt and kill another creature as food
Intransitive: to prey on another animal
Voorbeelden
The invasive species began to prey on local birds, disrupting the ecosystem.
De invasieve soort begon lokale vogels te bejagen, wat het ecosysteem verstoorde.



























