Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to prejudice
01
bevooroordelen, negatief beïnvloeden
to unfairly influence someone's opinion or judgment about someone or something
Transitive: to prejudice sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
prejudice
3e persoon enkelvoud
prejudices
onvoltooid deelwoord
prejudicing
onvoltooid verleden tijd
prejudiced
voltooid deelwoord
prejudiced
Voorbeelden
The media coverage prejudiced public opinion against the defendant before the trial even began.
De mediaberichtgeving bevooroordeelde de publieke opinie tegen de verdachte nog voordat het proces begon.
02
benadelen, schaden
to harm or reduce someone's chances, prospects, or standing
Transitive: to prejudice an opportunity or prospect
Voorbeelden
They worried the late submission would prejudice their grant application.
Ze maakten zich zorgen dat de late indiening hun subsidieaanvraag zou benadelen.
Prejudice
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
meervoudsvorm
prejudices
Voorbeelden
Overcoming prejudice requires education and understanding.
Het overwinnen van vooroordelen vereist onderwijs en begrip.
02
vooroordeel, schade
damage done to someone because of unfair ideas or beliefs about them
Voorbeelden
The unfair rules caused prejudice to many workers.
De oneerlijke regels veroorzaakten vooroordelen tegen veel werknemers.
Lexicale Boom
prejudiced
prejudice



























