Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to prance
01
huppelen, paraderen
to walk or move in a proud and often showy manner
Voorbeelden
Seeing his team score the winning goal, the soccer player could n't help but prance with elation on the field.
Toen hij zijn team de winnende goal zag maken, kon de voetballer niet anders dan van vreugde over het veld te huppelen.
02
huppelen, springen
ride a horse such that it springs and bounds forward
03
een paard laten springen, een paard laten huppelen
cause (a horse) to bound spring forward
04
huppelen, steigeren
spring forward on the hind legs
Prance
01
een trotse, stijve gang
a proud stiff pompous gait
Lexicale Boom
prancer
prance



























