Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to polish off
[phrase form: polish]
01
afmaken, voltooien
to complete a task thoroughly
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
polish
tegenwoordige tijd
polish off
3e persoon enkelvoud
polishes off
onvoltooid deelwoord
polishing off
onvoltooid verleden tijd
polished off
voltooid deelwoord
polished off
Voorbeelden
She polished off her assignments well before the deadline.
Ze had haar opdrachten ruim voor de deadline afgerond.
02
uit de weg ruimen, liquideren
to kill someone intentionally and with prior planning
Voorbeelden
In the thriller, the antagonist polished off anyone who posed a threat.
In de thriller heeft de antagonist iedereen die een bedreiging vormde uitgeschakeld.



























