Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
please
01
a polite word used when making a request
to please
01
tevredenstellen, behagen
to make someone satisfied or happy
Transitive: to please sb
Voorbeelden
The artist painted a beautiful portrait to please her client.
De kunstenaar schilderde een mooi portret om haar cliënt te behagen.
02
doen wat men wil, zichzelf behagen
to do what one wants or desires, without worrying about the opinions or desires of others
Transitive: to please oneself
Voorbeelden
She decided to please herself and take a relaxing weekend getaway, regardless of her friends' plans.
Ze besloot zichzelf te behagen en een ontspannen weekendje weg te nemen, ongeacht de plannen van haar vrienden.
03
behagen, tevredenstellen
to bring a sense of satisfaction or contentment
Intransitive
Voorbeelden
A small gesture of kindness often pleases more than grand displays.
Een klein gebaar van vriendelijkheid behaagt vaak meer dan grote vertoningen.



























