bachelor
Pronunciation
/ˈbætʃəɫɝ/, /ˈbætʃɫɝ/

Definitie en betekenis van "bachelor"in het Engels

01

vrijgezel, ongehuwde man

a man who is unmarried
bachelor definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
bachelors
Voorbeelden
The party was thrown in honor of the town ’s most eligible bachelor.
Het feest werd gehouden ter ere van de meest aantrekkelijke vrijgezel van de stad.
02

bachelor, schildknaap

a knight of the lowest order; could display only a pennon
03

bachelor, baccalaureus

someone who has completed a bachelor's degree, an undergraduate academic credential typically earned after three to four years of study
Voorbeelden
As a bachelor of business administration, John has expertise in finance and management.
Als bachelor in bedrijfskunde heeft John expertise in financiën en management.
to bachelor
01

leven als vrijgezel, een vrijgezellenleven leiden

lead a bachelor's existence
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bachelor
3e persoon enkelvoud
bachelors
onvoltooid deelwoord
bacheloring
onvoltooid verleden tijd
bachelored
voltooid deelwoord
bachelored
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store