to paralyze
Pronunciation
/ˈpɛɹəˌɫaɪz/
paralyse

Definitie en betekenis van "paralyze"in het Engels

to paralyze
01

verlammen, verlamd maken

to cause a person, animal, or part of the body to lose the ability to move or function, usually due to injury or illness
Transitive: to paralyze a person, animal, or a body part
to paralyze definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
paralyze
3e persoon enkelvoud
paralyzes
onvoltooid deelwoord
paralyzing
onvoltooid verleden tijd
paralyzed
voltooid deelwoord
paralyzed
Voorbeelden
The venom from the snakebite had the potential to paralyze the victim.
Het gif van de slangenbeet had het potentieel om het slachtoffer te verlammen.
02

verlammen, bevriezen

to stop someone from thinking or acting clearly, usually due to fear, shock, or panic
Transitive: to paralyze sb
Voorbeelden
The thought of speaking in public paralyzed him, leaving him speechless.
De gedachte om in het openbaar te spreken verlamde hem, waardoor hij sprakeloos was.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store