Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
eigen, persoonlijk
used for showing that someone or something belongs to or is connected with a particular person or thing
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
Each plant has its own pot in the garden.
Elke plant heeft zijn eigen pot in de tuin.
to own
01
bezitten, hebben
to have something as for ourselves
Transitive: to own sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
own
3e persoon enkelvoud
owns
onvoltooid deelwoord
owning
onvoltooid verleden tijd
owned
voltooid deelwoord
owned
Voorbeelden
She currently owns a small business in the downtown area.
Ze bezit momenteel een klein bedrijf in het centrum van de stad.
02
domineren, vernietigen
to dominate or defeat an opponent, especially in gaming
Dialect
American
Transitive: to own a competition or opponent
slang
Voorbeelden
I totally owned him in that match.
Ik heb hem volledig verslagen in die wedstrijd.



























