to outwit
Pronunciation
/ˈaʊtˌwɪt/

Definitie en betekenis van "outwit"in het Engels

to outwit
01

te slim af zijn, bedriegen

to defeat or surpass someone in a clever or cunning manner
Transitive: to outwit sb
to outwit definition and meaning
informal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
outwit
3e persoon enkelvoud
outwits
onvoltooid deelwoord
outwitting
onvoltooid verleden tijd
outwitted
voltooid deelwoord
outwitted
Voorbeelden
The spy managed to outwit the enemy agents, obtaining valuable information without being detected.
De spion wist de vijandelijke agenten te outwitten en verkreeg waardevolle informatie zonder ontdekt te worden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store