Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to outweigh
01
zwaarder wegen dan, overtreffen
to have more value, effect or importance than other things
Transitive: to outweigh importance or value of something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
outweigh
3e persoon enkelvoud
outweighs
onvoltooid deelwoord
outweighing
onvoltooid verleden tijd
outweighed
voltooid deelwoord
outweighed
Voorbeelden
The advantages of living in the city outweigh the drawbacks for many people.
De voordelen van het leven in de stad wegen op tegen de nadelen voor veel mensen.
02
zwaarder zijn dan, meer wegen dan
to have more mass than something or someone
Transitive: to outweigh sth
Voorbeelden
The heavy stone statue outweighed the wooden frame.
Het zware stenen beeld woog meer dan de houten lijst.



























