Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to originate
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
originate
3e persoon enkelvoud
originates
onvoltooid deelwoord
originating
onvoltooid verleden tijd
originated
voltooid deelwoord
originated
Voorbeelden
The idea originated from a conversation between friends.
Het idee ontstond uit een gesprek tussen vrienden.
02
creëren, ontwikkelen
to come up with or develop something new
Transitive: to originate an idea or invention
Voorbeelden
She originated the concept for the new marketing campaign.
Zij bedacht het concept voor de nieuwe marketingcampagne.
03
ontstaan, vertrekken
(of a plane, train, bus, etc.) to start a journey from a particular location
Intransitive: to originate somewhere
Voorbeelden
The train originates at Central Station and travels south to the coast.
De trein vertrekt vanaf het Centraal Station en reist zuidwaarts naar de kust.
Lexicale Boom
origination
originative
originator
originate
origin



























