Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to normalize
01
normaliseren, standaardiseren
to return or bring something into a standard or acceptable state
Transitive: to normalize a situation or condition
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
normalize
3e persoon enkelvoud
normalizes
onvoltooid deelwoord
normalizing
onvoltooid verleden tijd
normalized
voltooid deelwoord
normalized
Voorbeelden
After the crisis, efforts were made to normalize relations between the two countries.
Na de crisis werden inspanningen geleverd om de betrekkingen tussen de twee landen te normaliseren.
02
normaliseren, gloeien
to heat steel to a critical temperature, holding it at that temperature for a specific duration, and then allowing it to cool in still air
Transitive: to normalize steel
Voorbeelden
The steel manufacturer normalized the metal bars.
De staalfabrikant normaliseerde de metalen staven.
03
normaliseren, gewoon maken
to cause something once considered extreme or taboo become accepted as commonplace or typical
Transitive: to normalize sth
Voorbeelden
Social media has normalized the sharing of personal information online, blurring the boundaries between public and private life.
Sociale media hebben het delen van persoonlijke informatie online genormaliseerd, waardoor de grenzen tussen het openbare en het privéleven vervagen.
Lexicale Boom
normalizer
renormalize
normalize
normal
norm



























