Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Nibble
01
hapje, beet
a small bite of food
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
nibbles
02
zacht bijten, voorzichtig happen
gentle biting
to nibble
01
knabbelen, grazen
to eat small amounts of food often
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nibble
3e persoon enkelvoud
nibbles
onvoltooid deelwoord
nibbling
onvoltooid verleden tijd
nibbled
voltooid deelwoord
nibbled
Voorbeelden
He nibbled at his desk, enjoying small bites of his lunch.
Hij knabbelde aan zijn bureau, genietend van kleine hapjes van zijn lunch.
02
knabbelen, peuzelen
to take small, light bites from something
Transitive: to nibble food
Voorbeelden
The rabbit nibbled the lettuce leaves, picking at them one by one.
Het konijn knabbelde aan de sla blaadjes, ze een voor een uitzoekend.
03
knabbelen, peuzelen
to gently bite, usually as a sign of affection or when feeling nervous
Transitive: to nibble a part of body | to nibble on a part of body
Voorbeelden
The cat affectionately nibbled on its owner's fingers as a sign of trust.
De kat knabbelde liefdevol aan de vingers van zijn eigenaar als teken van vertrouwen.



























