Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to accelerate
01
versnellen
to make a vehicle, machine or object move more quickly
Transitive: to accelerate a vehicle or machine
Voorbeelden
The pilot smoothly pushed the throttle forward to accelerate the airplane for takeoff.
De piloot duwde soepel de gashendel naar voren om het vliegtuig voor de start te versnellen.
02
versnellen, de snelheid verhogen
to increase the speed of movement; to move faster
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
accelerate
3e persoon enkelvoud
accelerates
onvoltooid deelwoord
accelerating
onvoltooid verleden tijd
accelerated
voltooid deelwoord
accelerated
Voorbeelden
The sports car accelerated down the open highway, reaching an impressive speed in mere seconds.
De sportwagen versnelde over de open snelweg en bereikte in slechts enkele seconden een indrukwekkende snelheid.
03
versnellen, de snelheid verhogen van
to increase the velocity of something
Transitive: to accelerate a particle
Voorbeelden
The physicist designed an experiment to study how magnetic fields can accelerate charged particles to high velocities.
De natuurkundige ontwierp een experiment om te bestuderen hoe magnetische velden geladen deeltjes tot hoge snelheden kunnen versnellen.
04
versnellen, toenemen
to rise in amount, rate, etc.
Intransitive
Voorbeelden
As technological advancements continue, the demand for skilled programmers is expected to accelerate.
Naarmate technologische vooruitgang zich voortzet, wordt verwacht dat de vraag naar bekwame programmeurs zal versnellen.
Lexicale Boom
accelerated
acceleration
accelerative
accelerate
acceler



























