Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to assure
01
verzekeren, garanderen
to guarantee that something specific will happen
Transitive: to assure a particular outcome
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
assure
3e persoon enkelvoud
assures
onvoltooid deelwoord
assuring
onvoltooid verleden tijd
assured
voltooid deelwoord
assured
Voorbeelden
Success was now assured with the implementation of the new strategy.
Succes was nu verzekerd met de implementatie van de nieuwe strategie.
02
verzekeren, garanderen
to make someone feel confident or certain about someone or something
Ditransitive: to assure sb of sth
Voorbeelden
The company assured its customers of the product's quality
Het bedrijf verzekerde zijn klanten van de kwaliteit van het product.
03
verzekeren, beloven
to pledge or promise something to someone
Ditransitive: to assure sb sth
Voorbeelden
The company assured him a promotion if he met his sales targets for the quarter.
Het bedrijf verzekerde hem van een promotie als hij zijn verkoopdoelstellingen voor het kwartaal haalde.
04
verzekeren, garanderen
to provide someone with definite and certain information
Ditransitive: to assure sb that
Voorbeelden
The doctor assured the patient that the surgery would be successful.
De arts verzekerde de patiënt dat de operatie succesvol zou zijn.
05
verzekeren, garanderen
to make certain of something or to make sure that something happens or is the case
Ditransitive: to assure oneself that
Voorbeelden
After double-checking the calculations, he assured himself that the financial report was accurate.
Na het dubbelchecken van de berekeningen, verzekerde hij zich ervan dat het financiële rapport nauwkeurig was.
Lexicale Boom
assurance
assured
reassure
assure



























