meanly
mean
ˈmi:n
min
ly
li
li
/mˈiːnli/

Definitie en betekenis van "meanly"in het Engels

meanly
01

nederig, bescheiden

in a lowly, humble, or modest manner
Voorbeelden
The soldiers were housed meanly in cold, cramped barracks.
De soldaten werden karig ondergebracht in koude, krappe kazernes.
02

gierig, armzalig

poorly or in an inferior manner
03

gemeen, laaghartig

in a despicable, ignoble manner
04

gemeen, chagrijnig

in a nasty ill-tempered manner
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store