Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to make for
[phrase form: make]
01
zich begeven naar, op weg gaan naar
to move in the direction of something
Voorbeelden
The children made for the playground as soon as the school bell rang.
De kinderen gingen op weg naar de speelplaats zodra de schoolbel ging.
02
leiden tot, resulteren in
to lead to a particular outcome or situation
Voorbeelden
Her decision to quit her job made for a lot of stress in her life.
Haar beslissing om haar baan op te zeggen leidde tot veel stress in haar leven.



























