Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Ascendant
01
voorouder, voorvader
a person from whom one is descended, typically more distant than a grandparent
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
ascendants
Voorbeelden
She traced her lineage back to an ancient ascendant who founded the village.
Ze heeft haar afstamming teruggevoerd naar een oude voorouder die het dorp stichtte.
02
overwicht, dominantie
a position or condition of dominance, superiority, or controlling influence
Voorbeelden
The reformist faction gained the ascendant in the party's leadership.
De hervormingsgezinde factie kreeg de overhand in de partijleiding.
ascendant
01
opgaand, stijgend
moving toward a higher position
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most ascendant
vergrotende trap
more ascendant
gradueerbaar
Voorbeelden
Birds flew in an ascendant motion, reaching greater heights.
De vogels vlogen in een opwaartse beweging en bereikten grotere hoogten.
02
dominant, overheersend
holding the most power, importance, or influence
goedkeurend
formeel
Voorbeelden
His ideas were ascendant, shaping the direction of the entire project.
Zijn ideeën waren toonaangevend en bepaalden de richting van het hele project.



























