Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to liven up
01
opleven, opvrolijken
to add energy or excitement to a situation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
liven
tegenwoordige tijd
liven up
3e persoon enkelvoud
livens up
onvoltooid deelwoord
livening up
onvoltooid verleden tijd
livened up
voltooid deelwoord
livened up
Voorbeelden
The DJ played upbeat music to liven the party up, transforming the atmosphere from subdued to vibrant.
De DJ speelde vrolijke muziek om het feest op te vrolijken, waardoor de sfeer veranderde van ingetogen naar levendig.
02
opvrolijken, opleven
to become more cheerful and vibrant
Voorbeelden
A walk in the park will surely liven up your mood.
Een wandeling in het park zal zeker je humeur opvrolijken.



























