head homehearing aid
van 26
head homehearing aid
head home[v]

naar huis gaan,terugkeren naar huis

head honcho[n]

grote baas

head movement[n]

hoofdbeweging,hoofdontwijking

head of hair[phrase]
head of state[n]

staatshoofd,president

head off[v][phrase]

vertrekken,op weg gaan • uit volle borst

head on a plate[phrase]

harde straf

head out[v]

vertrekken,op weg gaan

head over heels[phrase]

helemaal van slag

head start[n]

voorsprong,vroege start

head steamer[n]

haarstomer,stoomapparaat voor haar- en hoofdhuidbehandeling

head teacher[n]

schoolhoofd,directeur

head trip[n]

een onvergetelijke ervaring

head up[v]

leiden,aanvoeren

head word[n]

hoofdwoord,centrale term

head-directionality parameter[n]

hoofd-richtingsparameter,richtingsparameter van het hoofd

head-marking language[n]

hoofdmarkeringstaal,taal met hoofdmarkering

head-on[adv][adj]

frontaal,rechtstreeks • frontaal,van aangezicht tot aangezicht

head-on collision[n]

frontale botsing,kop-staartbotsing

head-shrinker[n]

hoofdverkleiner,hoofdenjager

head-to-head[adv][adj]

rechtstreeks,oog in oog • kop-aan-kop,direct

headache[n]

hoofdpijn

headass[n]

domkop,idioot

headband[n]

haarband,hoofdband

headboard[n]

hoofdeinde,bedpanelen

headcanon[n]

persoonlijk geloof,persoonlijke interpretatie

headcase[n]

een gek,een gestoorde

headdress[n]

hoofdtooi,hoofdbedekking

headfirst[adv][adj]

hoofd eerst,met het hoofd vooruit • hoofdvooruit,met het hoofd eerst

headgear[n]

hoofddeksel,helm

headhunter[n]

hoofdenjager,hoofdenverzamelaar

heading[n]

kop,titel

headlamp[n]

koplamp,projector

headland[n]

landtong,kaap

headless[adj]

hoofdloos,onthoofd

headlight[n]

koplamp,voorlicht

headline[n][v]

kop • titelen,een kop geven

headliner[n]

hoofdact,ster

headlong[adv][adj]

hoofdvooruit,voorwaarts • hoofdvooruit,voorwaarts

headmaster[n]

schoolhoofd,directeur

headmistress[n]

directrice,hoofdonderwijzeres

headphone amplifier[n]

hoofdtelefoonversterker,koptelefoonversterker

headphones[n]

koptelefoon,headset

headquarter[v]

gevestigd zijn,het hoofdkantoor hebben

headquarters[n]

hoofdkantoor,hoofdkwartier

headrest[n]

hoofdsteun,neksteun

headroom[n]

dynamisch bereik,vermogensreserve

heads will roll[sentence]

iemand gaat ervoor boeten

heads-up[adj][n]

alert,waakzaam • vooraf seintje

headscarf[n]

hoofddoek,sjaal

headset[n]

headset,koptelefoon met microfoon

headshot[n]

hoofdschot,headshot

headstock[n]

kopstuk,stationaire steun

headstone[n]

grafsteen,zerk

headstrong[adj]

eigenzinnig,koppig

headwaiter[n]

hoofdkelner,restaurantmanager

headway[n]

vooruitgang,voortgang

headwrap[n]

hoofddoek,tulband

heady[adj]

roekeloos,dapper

heal[v]

genezen,helen

heal over[v]

helen,dichtgroeien

healed[adj]

genezen,hersteld

healer[n]

genezer,heelmeester

healing[n][adj]

genezing,herstel • genezend,helend

health[n]

gezondheid

health center[n]

gezondheidscentrum,dispensarium

health check[n]

gezondheidscontrole,volledig medisch onderzoek

health club[n]

gezondheidsclub,sportschool

health education[n]

gezondheidseducatie,gezondheidsonderwijs

health facility[n]

gezondheidsfaciliteit,medisch centrum

health food[n]

gezondheidsvoedsel,gezonde voeding

health insurance[n]

ziektekostenverzekering,gezondheidsverzekering

health problem[n]

gezondheidsprobleem,gezondheidsstoornis

health professional[n]

gezondheidsprofessional,gezondheidsspecialist

health service[n]

gezondheidsdienst,gezondheidszorgsysteem

health spa[n]

gezondheidsspa,fitnesscentrum

health worker[n]
health-conscious[adj]

gezondheidsbewust,zorgzaam voor de gezondheid

healthcare[n]

gezondheidszorg,medische zorg

healthful[adj]

gezond, goed voor het lichaam

healthfully[adv]

gezond, op een gezondheidsondersteunende manier

healthfulness[n]

gezondheidsbevordering,weldaad voor de gezondheid

healthily[adv]

gezond, verstandig

healthy[adj]

gezond,fit

healthy as a horse[phrase]

zo gezond als een vis

heap[n][v]

hoop,stapel • ophopen,stapelen

heap praise on[phrase]
heap up[v]

ophopen,stapelen

heaps[n]

een hoop,een massa

hear[v]

horen,vernemen

hear a pin drop[phrase]

je kon een speld horen vallen

hear from[v]

horen van,gecontacteerd worden door

hear of[v]

horen van,vernemen van

hear think[phrase]
hear through the grapevine[phrase]

via via horen

hearable[adj]

hoorbaar,waarneembaar met het oor

heard[adj]

gehoord,waargenomen

hearer[n]

luisteraar,toehoorder

hearing[n][adj]

gehoor • hoorbaar,horend

hearing aid[n]

akoestische hoorn,hoortoestel in de vorm van een trechter

LanGeek
Download de App