Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zerstreuen
01
verstrooien, verspreiden
Etwas in verschiedene Richtungen verteilen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
zer
basiswerkwoord
streuen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zerstreue
3e persoon enkelvoud
zerstreut
onvoltooid deelwoord
zerstreuend
onvoltooid verleden tijd
zerstreute
voltooid deelwoord
zerstreut
Voorbeelden
Der Sturm zerstreute die Papiere auf dem Schreibtisch.
De storm verspreidde de papieren op het bureau.



























