Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wohlfühlen
01
zich goed voelen, zich op zijn gemak voelen
Sich in einer Umgebung oder Situation angenehm und entspannt fühlen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
wohl
basiswerkwoord
fühlen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fühle mich wohl
3e persoon enkelvoud
fühlt sich wohl
onvoltooid deelwoord
sich wohlfühlend
onvoltooid verleden tijd
fühlte wohl
voltooid deelwoord
wohlgefühlt
Voorbeelden
Sie fühlte sich sofort in der neuen Wohnung wohl.
Ze voelde zich meteen op haar gemak in het nieuwe appartement.
Lexicale Boom
wohlfühlen
wohl
fühlen



























