Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
warnen
01
waarschuwen, verwittigen
Jemanden über eine Gefahr oder ein Risiko informieren, um Schaden zu verhindern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
warne
3e persoon enkelvoud
warnt
onvoltooid deelwoord
warnend
onvoltooid verleden tijd
warnte
voltooid deelwoord
gewarnt
Voorbeelden
Der Lehrer warnte die Schüler vor dem Betrug.
De leraar waarschuwde de leerlingen voor het bedrog.



























