Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
warten
01
wachten, afwachten
Zeit verbringen, bis etwas passiert oder jemand kommt
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
warte
3e persoon enkelvoud
wartet
onvoltooid deelwoord
wartend
onvoltooid verleden tijd
wartete
voltooid deelwoord
gewartet
Voorbeelden
Er wartet auf Mama.
Hij wacht op mama.
02
repareren, onderhouden
Eine Maschine reparieren oder kontrollieren
Voorbeelden
Wann wartest du die Maschine?
Wanneer onderhoud je de machine?



























