warten
Pronunciation
/ˈvaʁtən/

Definitie en betekenis van "warten"in het Duits

warten
01

wachten, afwachten

Zeit verbringen, bis etwas passiert oder jemand kommt
warten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
warte
3e persoon enkelvoud
wartet
onvoltooid deelwoord
wartend
onvoltooid verleden tijd
wartete
voltooid deelwoord
gewartet
Voorbeelden
Er wartet auf Mama.
Hij wacht op mama.
02

repareren, onderhouden

Eine Maschine reparieren oder kontrollieren
warten definition and meaning
Voorbeelden
Wann wartest du die Maschine?
Wanneer onderhoud je de machine?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store