Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verwechseln
[past form: verwechselte]
01
verwarren, door elkaar halen
Zwei Personen, Dinge oder Begriffe fälschlicherweise für einander halten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
wechseln
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verwechsle
3e persoon enkelvoud
verwechselt
onvoltooid deelwoord
verwechselnd
onvoltooid verleden tijd
verwechselte
voltooid deelwoord
verwechselt
Voorbeelden
Man darf Äpfel nicht mit Birnen verwechseln.
Men mag appels niet met peren verwarren.



























