Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verwandeln
01
veranderen, omzetten
Etwas oder jemanden in eine andere Form, Gestalt oder Zustand umwandeln
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
wandeln
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verwandle
3e persoon enkelvoud
verwandelt
onvoltooid deelwoord
verwandelnd
onvoltooid verleden tijd
verwandelte
voltooid deelwoord
verwandelt
Voorbeelden
Der Chemiker verwandelte Wasserstoff in Helium.
De chemicus veranderde waterstof in helium.
02
veranderen
Sich selbst in eine andere Form oder Natur ändern
Voorbeelden
Die Kaulquappe verwandelte sich langsam in einen Frosch.
De kikkervisje veranderde langzaam in een kikker.



























