Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verwandeln
01
veranderen, omzetten
Etwas oder jemanden in eine andere Form, Gestalt oder Zustand umwandeln
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
wandeln
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verwandle
3e persoon enkelvoud
verwandelt
onvoltooid deelwoord
verwandelnd
onvoltooid verleden tijd
verwandelte
voltooid deelwoord
verwandelt
Voorbeelden
Der Zauberer verwandelte einen Stock in eine Schlange.
De goochelaar veranderde een stok in een slang.
02
veranderen
Sich selbst in eine andere Form oder Natur ändern
Voorbeelden
Die Raupe verwandelte sich in einen Schmetterling.
De rups veranderde in een vlinder.



























