Zoeken
verlaufen
01
verdwalen
Den Weg verlieren
Voorbeelden
Ich habe mich im Wald verlaufen.
Ik ben verdwaald in het bos.
02
lopen, zich uitstrekken
Eine Richtung oder Verlauf haben
Voorbeelden
Der Wanderweg verläuft durch den Wald.
Het wandelpad loopt door het bos.


























