Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verlaufen
01
verdwalen
Den Weg verlieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
laufen
hulpwerkwoord
either
1e persoon enkelvoud
verlaufe
3e persoon enkelvoud
verläuft
onvoltooid deelwoord
verlaufend
onvoltooid verleden tijd
verlief
voltooid deelwoord
verlaufen
02
lopen, zich uitstrekken
Eine Richtung oder Verlauf haben
Voorbeelden
Der Wanderweg verläuft durch den Wald.
Het wandelpad loopt door het bos.



























