Zoeken
verlassen
01
verlaten, achterlaten
Einen Ort oder eine Person zurücklassen und weggehen
Voorbeelden
Wir mussten das Gebäude sofort verlassen.
We moesten het gebouw onmiddellijk verlaten.
02
vertrouwen op, rekenen op
Jemandem oder etwas vertrauen
Voorbeelden
Sie verlässt sich auf ihre Freunde.
Zij vertrouwt op haar vrienden.


























