umgehen
um
ˈʊm
oom
ge
ge:
ge
hen
ən
ēn
umgebenumsehen

Definitie en betekenis van "umgehen"in het Duits

umgehen
01

vermijden, ontwijken

Einer Sache ausweichen 
umgehen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
um
basiswerkwoord
gehen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
umgehe
3e persoon enkelvoud
umgeht
onvoltooid deelwoord
umgehend
onvoltooid verleden tijd
umging
voltooid deelwoord
umgangen
Voorbeelden
Er umgeht geschickt unangenehme Fragen. 

Hij ontwijkt handig ongemakkelijke vragen.

02

omgaan met, beheren

Mit jemandem oder etwas in bestimmter Weise interagieren 
umgehen definition and meaning
Voorbeelden
Sie geht sehr geduldig mit Kindern um. 

Ze gaat heel geduldig met kinderen om.

03

circuleren, zich verspreiden

Sich verbreiten 
umgehen definition and meaning
Voorbeelden
Ein Gerücht geht um, dass sie kündigt. 

Er gaat een gerucht dat ze ontslag neemt.

04

rondwaren

Als Geist oder Gespenst an einem Ort erscheinen 
umgehen definition and meaning
Voorbeelden
Er umgeht geschickt unangenehme Fragen. 

Hij ontwijkt handig onaangename vragen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store