Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
steigen
01
klimmen, stijgen
Sich nach oben bewegen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
steige
3e persoon enkelvoud
steigt
onvoltooid deelwoord
steigend
onvoltooid verleden tijd
stieg
voltooid deelwoord
gestiegen
Voorbeelden
Er ist die Treppe gestiegen.
Hij is de trap opgeklommen.
02
stijgen
Quantitativ größer oder höher werden
Voorbeelden
Die Nachfrage steigt ständig.
De vraag stijgt voortdurend.



























