schneiden
schneiden
ʃnaɪ̯dn
shnaidn
schneienschnellenscheidenschneuzen

Definitie en betekenis van "schneiden"in het Duits

schneiden
01

snijden

Etwas mit einem scharfen Gegenstand in Teile trennen 
schneiden definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schneide
3e persoon enkelvoud
schneidet
onvoltooid deelwoord
schneidend
onvoltooid verleden tijd
schnitt
voltooid deelwoord
geschnitten
Voorbeelden
Ich schneide das Brot mit einem Messer. 

Ik snijd het brood met een mes.

02

knippen

Die Haare kürzen 
schneiden definition and meaning
Voorbeelden
Ich lasse mir heute die Haare schneiden. 

Vandaag laat ik mijn haar knippen.

03

zich snijden, zich verwonden bij het snijden

Sich mit etwas Scharfem verletzen 
sich schneiden definition and meaning
Voorbeelden
Ich habe mich beim Kochen geschnitten. 

Ik heb mezelf gesneden tijdens het koken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store