schneiden
Pronunciation
/ˈʃnaɪ̯dən/

Definitie en betekenis van "schneiden"in het Duits

schneiden
01

snijden

Etwas mit einem scharfen Gegenstand in Teile trennen
schneiden definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schneide
3e persoon enkelvoud
schneidet
onvoltooid deelwoord
schneidend
onvoltooid verleden tijd
schnitt
voltooid deelwoord
geschnitten
Voorbeelden
Er hat den Käse in Stücke geschnitten.
Hij heeft de kaas in stukken gesneden.
02

knippen

Die Haare kürzen
schneiden definition and meaning
Voorbeelden
Schneidest du dir die Haare selbst?
Knip je je eigen haar?
03

zich snijden, zich verwonden bij het snijden

Sich mit etwas Scharfem verletzen
sich schneiden definition and meaning
Voorbeelden
Er schneidet sich oft beim Rasieren.
Hij snijdt zichzelf vaak tijdens het scheren.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store