schneien
Pronunciation
/ˈʃnaɪən/

Definitie en betekenis van "schneien"in het Duits

schneien
01

sneeuwen, sneeuw vallen

Wenn Schnee vom Himmel fällt
schneien definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schneie
3e persoon enkelvoud
schneit
onvoltooid deelwoord
schneiend
onvoltooid verleden tijd
schneite
voltooid deelwoord
geschneit
Voorbeelden
Im Winter schneit es oft in den Bergen.
In de winter sneeuwt het vaak in de bergen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store