schaffen
Pronunciation
/ˈʃafən/

Definitie en betekenis van "schaffen"in het Duits

schaffen
01

bereiken, voltooien

Etwas bewältigen oder fertigstellen
schaffen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schaffe
3e persoon enkelvoud
schafft
onvoltooid deelwoord
schaffend
onvoltooid verleden tijd
schafft
voltooid deelwoord
geschafft
Voorbeelden
Er hat alle Aufgaben geschafft.
Hij heeft alle taken volbracht.
02

scheppen, creëren

Etwas künstlerisch oder physisch erschaffen
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Wir müssen mehr Wohnraum schaffen.
We moeten meer woningen creëren.
03

slagen, bereiken

Etwas gegen Widerstände erreichen
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Ohne Hilfe wirst du es nicht schaffen.
Zonder hulp zul je het niet klaarspelen.
04

vervoeren

Etwas an einen Ort bringe
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Wie sollen wir das Piano ins 3. Stock schaffen?
Hoe gaan we de piano naar de 3e verdieping brengen?
05

werken, zwoegen

Körperlich oder beruflich arbeiten
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Wir schaffen bis spät in die Nacht.
Wij werken tot laat in de nacht.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store