Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
schaffen
01
bereiken, voltooien
Etwas bewältigen oder fertigstellen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schaffe
3e persoon enkelvoud
schafft
onvoltooid deelwoord
schaffend
onvoltooid verleden tijd
schafft
voltooid deelwoord
geschafft
Voorbeelden
Er hat alle Aufgaben geschafft.
Hij heeft alle taken volbracht.
02
scheppen, creëren
Etwas künstlerisch oder physisch erschaffen
Voorbeelden
Wir müssen mehr Wohnraum schaffen.
We moeten meer woningen creëren.
03
slagen, bereiken
Etwas gegen Widerstände erreichen
Voorbeelden
Ohne Hilfe wirst du es nicht schaffen.
Zonder hulp zul je het niet klaarspelen.
04
vervoeren
Etwas an einen Ort bringe
Voorbeelden
Wie sollen wir das Piano ins 3. Stock schaffen?
Hoe gaan we de piano naar de 3e verdieping brengen?
05
werken, zwoegen
Körperlich oder beruflich arbeiten
Voorbeelden
Wir schaffen bis spät in die Nacht.
Wij werken tot laat in de nacht.



























