schaffen
scha
ˈʃa
sha
ffen
fən
fēn
schürfenschärfenschöpfenschlafen

Definitie en betekenis van "schaffen"in het Duits

schaffen
01

bereiken, voltooien

Etwas bewältigen oder fertigstellen 
schaffen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schaffe
3e persoon enkelvoud
schafft
onvoltooid deelwoord
schaffend
onvoltooid verleden tijd
schafft
voltooid deelwoord
geschafft
Voorbeelden
Ich schaffe die Prüfung bestimmt! 

Ik haal zeker het examen!

02

scheppen, creëren

Etwas künstlerisch oder physisch erschaffen 
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Gott schuf die Welt in sieben Tagen. 

God schiep de wereld in zeven dagen.

03

slagen, bereiken

Etwas gegen Widerstände erreichen 
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Trotz Hindernissen schaffte er den Abschluss. 

Ondanks obstakels behaalde hij zijn diploma.

04

vervoeren

Etwas an einen Ort bringe 
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Schaff die Kisten in den Keller! 

Breng de dozen naar de kelder !

05

werken, zwoegen

Körperlich oder beruflich arbeiten 
schaffen definition and meaning
Voorbeelden
Er schafft den ganzen Tag auf dem Bau. 

Hij werkt de hele dag op de bouwplaats.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store