Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mithalten
01
bijhouden, concurreren
In der Lage sein, mit anderen gleichzuziehen oder zu konkurrieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
mit
basiswerkwoord
halten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
halte mit
3e persoon enkelvoud
hält mit
onvoltooid deelwoord
mithaltend
onvoltooid verleden tijd
hielt mit
voltooid deelwoord
mitgehalten
Voorbeelden
Kannst du mit meinen Fähigkeiten mithalten?
Kun je bijhouden met mijn vaardigheden ?



























