Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mitnehmen
01
meenemen, meebrengen
Etwas oder jemanden von einem Ort an einen anderen Ort
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
mit
basiswerkwoord
nehmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nehme mit
3e persoon enkelvoud
nimmt mit
onvoltooid deelwoord
mitnehmend
onvoltooid verleden tijd
nahm mit
voltooid deelwoord
mitgenommen
Voorbeelden
Wir nehmen Getränke mit.
Wij nemen drankjes mee.
Lexicale Boom
mitnehmen
mit
nehmen



























