Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
landen
01
landen, neerkomen
Vom Himmel sicher auf dem Boden ankommen
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
lande
3e persoon enkelvoud
landet
onvoltooid deelwoord
landend
onvoltooid verleden tijd
landete
voltooid deelwoord
gelandet
Voorbeelden
Das Flugzeug landet pünktlich am Flughafen.
Het vliegtuig landt op tijd op de luchthaven.
02
landen, neerkomen
Ein Flugzeug oder etwas anderes sicher auf den Boden bringen
Transitive
Voorbeelden
Der Pilot landet das Flugzeug sicher.
De piloot landt het vliegtuig veilig.
03
aanleggen
Am Ufer oder Hafen ankommen
Intransitive
Voorbeelden
Das Schiff landet im Hafen von Hamburg.
Het schip meert aan in de haven van Hamburg.
04
aanmeren, afmeren
Ein Schiff in den Hafen oder an den Anleger bringen
Transitive
Voorbeelden
Der Kapitän landet das Schiff im sicheren Hafen.
De kapitein brengt het schip naar de veilige haven.



























