kündigen
kündigen
kʏndɪgng
kundigng
sündigen

Definitie en betekenis van "kündigen"in het Duits

kündigen
01

opzeggen, ontslag nemen

Etwas offiziell beenden oder auflösen 
kündigen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
kündige
3e persoon enkelvoud
kündigt
onvoltooid deelwoord
kündigend
onvoltooid verleden tijd
kündigte
voltooid deelwoord
gekündigt
Voorbeelden
Ich habe meinen Job gekündigt. 

Ik heb mijn baan opgezegd.

02

verbreken

eine persönliche Beziehung bewusst und endgültig beenden 
Voorbeelden
Sie kündigte die Freundschaft nach dem Verrat. 

Ze verbrak de vriendschap na het verraad.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store