knurren
knu
ˈknu:
knoo
rren
rən
rēn
knarren

Definitie en betekenis van "knurren"in het Duits

knurren
01

grommen, mopperen

Ein tiefes, unfreundliches Geräusch machen, oft von Tieren 
knurren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
knurre
3e persoon enkelvoud
knurrt
onvoltooid deelwoord
knurrend
onvoltooid verleden tijd
knurrte
voltooid deelwoord
geknurrt
Voorbeelden
Der Hund knurrt, wenn er sich bedroht fühlt. 

De hond gromt wanneer hij zich bedreigd voelt.

02

mopperen

sich leise und ärgerlich beschweren 
Voorbeelden
Er knurrte über die vielen Aufgaben. 

Hij mompelde over de vele taken.

03

rommelen, grommen

ein tiefes Geräusch machen, meist vor Hunger, besonders vom Magen 
Voorbeelden
Sein Magen knurrte laut. 

Zijn maag rommelde luid.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store