knüpfen
Pronunciation
/ˈknʏpfn̩/

Definitie en betekenis van "knüpfen"in het Duits

knüpfen
[past form: knüpfte]
01

knopen leggen, vlechten

Mit Knoten oder Fäden etwas herstellen
knüpfen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
knüpfe
3e persoon enkelvoud
knüpft
onvoltooid deelwoord
knüpfend
onvoltooid verleden tijd
knüpfte
voltooid deelwoord
geknüpft
Voorbeelden
Ich habe gelernt, wie man Makramee knüpft.
Ik heb geleerd hoe je macramé maakt.
02

voorwaardelijk maken, afhankelijk stellen

Eine Bedingung oder Voraussetzung an etwas hängen, sodass es nur unter dieser Bedingung gilt
Voorbeelden
Die Genehmigung ist an Umweltauflagen geknüpft.
De goedkeuring is gekoppeld aan milieuregels.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store