erlauben
Pronunciation
/ɛɐ̯ˈlaʊ̯bən/

Definitie en betekenis van "erlauben"in het Duits

erlauben
01

toestaan, toelaten

Jemandem gestatten, etwas zu tun
erlauben definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erlaube
3e persoon enkelvoud
erlaubt
onvoltooid deelwoord
erlaubend
onvoltooid verleden tijd
erlaubte
voltooid deelwoord
erlaubt
Voorbeelden
Der Lehrer erlaubt keine Handys im Unterricht.
De leraar staat geen telefoons toe in de les.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store