bringen
bringen
bʁɪngɐn
bringn
bingen

Definitie en betekenis van "bringen"in het Duits

bringen
01

brengen, meenemen

Etwas oder jemanden von einem Ort zum anderen mitnehmen 
bringen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bringe
3e persoon enkelvoud
bringt
onvoltooid deelwoord
bringend
onvoltooid verleden tijd
brachte
voltooid deelwoord
gebracht
Voorbeelden
Kannst du mir bitte ein Glas Wasser bringen? 

Kun je me alsjeblieft een glas water brengen?

02

presenteren, indienen

Etwas offiziell übergeben oder vorstellen 
bringen definition and meaning
Voorbeelden
Der Chef bringt die neuen Pläne im Meeting. 

De baas presenteert de nieuwe plannen in de vergadering.

03

brengen, aanzetten

Jemanden dazu bewegen, etwas zu tun 
bringen definition and meaning
Voorbeelden
Seine Worte brachten sie zum Weinen. 

Zijn woorden brachten haar tot huilen.

04

klaarspelen, voor elkaar krijgen

Etwas erfolgreich erledigen oder bewältigen 
bringen definition and meaning
Voorbeelden
Sie bringt es immer pünktlich zur Arbeit. 

Ze krijgt het altijd voor elkaar om op tijd op haar werk te zijn.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store