Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
bringen
01
brengen, meenemen
Etwas oder jemanden von einem Ort zum anderen mitnehmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bringe
3e persoon enkelvoud
bringt
onvoltooid deelwoord
bringend
onvoltooid verleden tijd
brachte
voltooid deelwoord
gebracht
Voorbeelden
Sie brachte ihre Freundin zum Bahnhof.
Ze bracht haar vriendin naar het treinstation.
02
presenteren, indienen
Etwas offiziell übergeben oder vorstellen
Voorbeelden
Der Botschafter bringt eine wichtige Nachricht.
De ambassadeur brengt een belangrijke boodschap.
03
brengen, aanzetten
Jemanden dazu bewegen, etwas zu tun
Voorbeelden
Der Vortrag brachte sie zum Nachdenken.
De lezing bracht haar aan het denken.
04
klaarspelen, voor elkaar krijgen
Etwas erfolgreich erledigen oder bewältigen
Voorbeelden
Wir bringen das Projekt rechtzeitig fertig.
Wij brengen het project op tijd tot een goed einde.



























