blöken
blöken
blø:kng
bleukng

Definitie en betekenis van "blöken"in het Duits

blöken
01

blaten, blaten

Der Laut, den Schafe oder Ziegen machen 
blöken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
blöke
3e persoon enkelvoud
blökt
onvoltooid deelwoord
blökend
onvoltooid verleden tijd
blökte
voltooid deelwoord
geblökt
Voorbeelden
Die Schafe blöken auf der Wiese. 

De schapen blaten in de wei.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store