ausrechnen
Pronunciation
/ˈaʊ̯sʁɛçnən/

Definitie en betekenis van "ausrechnen"in het Duits

ausrechnen
01

berekenen, uitrekenen

Eine Zahl oder ein Ergebnis durch Rechnen finden
ausrechnen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
rechnen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rechne aus
3e persoon enkelvoud
rechnet aus
onvoltooid deelwoord
ausrechnend
onvoltooid verleden tijd
rechnete aus
voltooid deelwoord
ausgerechnet
Voorbeelden
Der Computer kann die Ergebnisse schnell ausrechnen.
De computer kan de resultaten snel berekenen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store